NL
Terug




July 19, 2014

Kaapse Brouwers, Rotterdam

Katendrecht, roemrucht schiereiland van Rotterdam. Het imago van jazz, hoeren en criminaliteit heeft plaatsgemaakt voor boerenkaas, versgemalen koffie, robuuste broden en de allereerste ciderwinkel van Nederland. “Tsja, de stad is failliet”, lacht Tsjomme Zijlstra van de Kaapse Brouwers. “Dan is er opeens plek voor mensen met goede ideeën.”

Kaapse Brouwers: brouwen uit de basis

En plek is er genoeg in de oude Fenixloods! Bij binnenkomst word je verrast door diverse ambachtelijke lekkernijen, en vanaf de kade kun je genieten van een schitterend uitzicht. De Fenix Food Factory staat niet voor niets in de top 10 beste terrassen van Rotterdam. En natuurlijk bestel je hier een Kaapse Harrie, Carrie of Jaapie. Nu nog gebrouwen bij de Molen in Bodegraven, maar het experimenteren gebeurt in de loods zelf. “Laatst heb ik hier een Brett-bier gebrouwen. Dat spoot alle kanten op!” Op de grond, naast de brouwinstallatie, liggen enkele bieren te rijpen op houten vaten.

Toch is Tsjomme wel kritisch over de experimenteerdrang van de nieuwe generatie Nederlandse brouwers. “De Nederlandse basisbieren zijn nog lang niet goed genoeg. Daar kan nog wel aan gesleuteld worden, voordat je er meteen koffie bij ingooit.” Die visie past bij zijn rustige aard. “Het mooie aan bier is juist dat je met maar een paar ingrediënten, waar ook gewoon brood van wordt gemaakt, prachtige smaken kunt creëren.”

Het zijn dan ook de basisingrediënten die erg goed terugkomen in de bieren van de Kaapse Brouwers. Zoals rogge in de Bea (Black Rye IPA). Pikzwart, gebrand, maar tegelijk frishoppig. Overtuigend bier.

Overzeese tradities

Over de Kaapse Brouwers is Tsjomme even eerlijk. “Meestal ben ik aardig tevreden over onze bieren. Totdat ik een Amerikaans biertje drink. Dan denk ik, tja…” Een bescheiden en vooruitstrevende brouwer. Niet alleen de bieren vindt hij inspirerend aan Amerika. “Het land kent vele tradities.” Hij zet een grote, glazen fles met handvat op tafel. “Deze zogenaamde growler gebruik je net als een melkbus of jerrycan. Alleen ga je dan langs je lokale brouwer om ‘m te laten bijvullen.”

Die ongedwongen sfeer vond hij ook in Londen, waar hij een tijd werkte in een biercafé. Daar is zijn passie voor bier, maar ook voor horeca pas echt begonnen. “Je hoort daar niet: Wil je nog wat drinken? Wil je nog wat drinken? Je bestelt gewoon. Dat vanzelfsprekende wil ik graag in mijn proeflokaal.” En dat is precies wat het samenraapsel van bontgekleurd meubilair uitstraalt: gemoedelijkheid, geen nodeloos gedoe.

Poor man’s dinner

Maar er is meer buiten zijn proeflokaal. Met Kaapse Brouwers wil hij de culinaire hoek in, bier brouwen voor goede restaurants. “Ik ben een liefhebber van alles wat lekker is. Met de combinatie bier en eten kun je hele leuke dingen doen. Zo smaakt onze Gozer (Imperial Oatmeal Stout) ongelooflijk goed met oesters.”

En zoals die oesters vroeger een poor man’s dinner waren, zo zie je ook eenzelfde ontwikkeling in bier. Waar het vroeger een vervanger was voor vervuild water, is het nu iets voor de liefhebber geworden. Aan de Kaapse Brouwers heeft die liefhebber een goeie.

Kaapse Brouwers

Fenix Food Factory

Terug